Geschiedenis

Oude Koemarkt

Bord 1

Op de hoek van de Oude Koemarkt is sinds 1901 café-restaurant Paul Kruger gevestigd. In de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog is de familie Lubach uitbater van het café-restaurant. Tijdens de bezettingsjaren wordt het pand gevorderd door de Duitse Wehrmacht en is het het ‘Wehrmachtheim’. Verderop, op nr. 6 (nu café ’t Houtsje) woont de Joodse ziekenhuis-arts Max Roeper, die zijn beroep niet meer mag uitoefenen. Max Roeper sterft in januari 1945 in Auschwitz als gevolg van alle ontberingen. Er ligt een struikelsteen op nr. 6 ter nagedachtenis aan Max Roeper.

WEHRMACHTHEIM
café-restaurant Paul Kruger

Op de hoek van de Oude Koemarkt is sinds 1901 café-restaurant Paul Kruger gevestigd. Ter gelegenheid van de opening maakte de Heerenveense kunstenaar Klaas Krikke (1847-1923) enkele grote wandschilderingen in het café-restaurant met als onderwerp de Zuidafrikaanse Boerenoorlogen tussen de Britten en de ‘Boeren’ (Afrikaners), onder wie Paul Kruger, de meest prominente onder de Boeren en president van de Zuid-Afrikaanse Republiek Transvaal.

In de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog is de familie Lubach uitbater van het café-restaurant. Tijdens de bezettingsjaren wordt het pand echter gevorderd door de Duitse Wehrmacht en is het het ‘Wehrmachtheim’ van de SD. De Duitsers vernielen de wandschilderingen van Klaas Krikke en er komen nieuwe schilderingen op de muren, gemaakt door een Duitsgezinde Heerenvener. In de laatste dagen van de oorlog vernielen de Duitsers alles in het café voor ze vertrekken.

Lubach, die met zijn gezin boven café Paul Kruger woont, heeft in de tussentijd Café Blom aan de Fok in Heerenveen van de caféhoudster overgenomen om toch een eigen cafébedrijf te kunnen runnen. Na de oorlog zet hij café-restaurant Paul Kruger op de Oude Koemarkt weer voort.

Het pand Paul Kruger op maandag 5 mei 2025 is Paul Kruger van 12.15 uur tot 13.15 uur even geopend voor de ‘Vrijheidsmaaltijd Heerenveen’ ter gelegenheid van ’80 jaar vrij’

Lees meer op museumheerenveen.frl


MAX ROEPER,
Oude Koemarkt 6

Verderop, op nr. 6 (nu café ’t Houtsje) woont sinds 1935 de Joodse arts Max Roeper met zijn niet-Joodse vrouw en twee kinderen. Hij komt uit Groningen en heeft in het ziekenhuis in Heerenveen een uitgebreide praktijk als chirurg en vrouwenarts. Hij houdt ook praktijk aan huis. Roeper is een zeer geliefd mens. Hij is ook voetbalfan van VV Heerenveen en heeft zelfs zo nu en dan stervoetballer Abe Lenstra als patiënt.

Als Joods arts mag hij vanaf 1941 zijn beroep echter niet langer uitoefenen. Hij verlaat het ziekenhuis in Heerenveen en vertrekt met zijn gezin naar Groningen, waar hij vanuit een huis van een Joodse familie tóch weer een artsenpraktijk begint. Operaties voert hij uit in een ziekenhuis in Groningen. Omdat Max getrouwd is met een niet-Joodse vrouw denkt hij lang dat het niet zo’n vaart zal lopen, dat hij opgepakt zal worden. Max Roeper neemt ook deel aan het artsenverzet in de verzetsgroep Medisch Contact (MC), de eerste echte verzetsgroep en verzetskrant in de oorlog. Het blad MC bestaat anno nu nog steeds.

Roeper blijft fan van VV Heerenveen en Abe Lenstra en bezoekt – illegaal, want ‘Verboden voor Joden’ – voetbalwedstrijden in Heerenveen. Na verraad door een oud-patiënte – Roeper is vrouwenarts – die hem tijdens een voetbalwedstrijd in Heerenveen heeft gezien, wordt Max Roeper in mei 1943 gearresteerd. De vrouw heeft een brief geschreven naar de Duitsers om hen op de illegale activiteiten van de Joodse arts te wijzen.

Max Roeper komt in Kamp Vught terecht waar hij tewerk wordt gesteld als arts, maar in november 1943 wordt hij gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Dokter Max Roeper overlijdt in Auschwitz op 18 januari 1945 aan vlektyfus. De echtgenote en de kinderen van Roeper zijn intussen ondergedoken en overleven de oorlog.

In april 2022 is een struikelsteen op Oude Koemarkt nr. 6 gelegd ter nagedachtenis aan Max Roeper. Max Roeper staat ook op de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 in de hal van het Binnenhof in Den Haag.

Lees meer op joodsgroningen.nl

Foto’s Bron: Stichting Historie Heerenveen